IVAM Milieuanalyses PVC 2010

Ketengericht Afvalbeleid was de nieuwe aanpak in het kader van het Tweede Landelijk Afvalbeheerplan
(LAP2). Voor zeven prioritaire materiaalstromen is gedurende de tweede planperiode (2009-2015) de
ketenaanpak in het afvalbeleid verder ingevuld. Belangrijk was de constatering dat buizen (en raamprofielen) met gerecycleerd PVC de CO2 uitstoot wezenlijk verminderen.

Milieuanalyses PVC – Eindrapport

Ten behoeve van prioritaire stromen ketengericht afvalbeleid

Ketengericht Afvalbeleid was een nieuwe aanpak in het kader van het Tweede Landelijk Afvalbeheerplan (LAP2). Voor zeven prioritaire materiaalstromen is gedurende de tweede planperiode (2009-2015) de ketenaanpak in het afvalbeleid verder ingevuld.

Eén van deze stromen is polyvinylchloride (PVC). De voorliggende studie geeft een analyse van de milieubelasting voor PVC kozijnen, PVC leidingen en PVC kabels en snoeren. Uitgangspunt is een LCAbenadering waarbij gebruik gemaakt wordt van de impactmethode ReCiPe. Voor de genoemde PVC-toepassingen worden twee zaken bekeken. Enerzijds wordt de milieubelasting van PVC in de betreffende toepassing bekeken over de hele keten – van de huidige PVC productie, het gebruik en de afvalverwerking – waarbij het effect van verschillende vormen van afvalbewerking wordt belicht. Daarnaast worden de betreffende PVC-toepassingen vergeleken met het gebruik van alternatieve materialen. Voorzover het de vergelijking tussen diverse materialen betreft wordt niet volledig voldaan aan de LCA normen ISO14040/44, dat wil zeggen dat niet alle belanghebbenden zijn betrokken (voor de andere materialen dan PVC is slechts teruggevallen op standaardgegevens uit internationale bronnen) en er geen externe review heeft plaatsgevonden.

De belangrijkste conclusies zijn:

  • Over de productie van het PVC polymeer zelf is veel bruikbare informatie voorhanden. Voor de toevoegingen die het PVC de gewenste materiaaleigenschappen geven, is dat niet het geval.
  • Zowel voor kozijnen als voor leidingen is recycling zeer lonend (positief milieueffect in vergelijking tot verbranden en storten). Deze winst wordt behaald doordat veel primair PVC wordt uitgespaard. Het verhogen van de recycling van PVC biedt reductiepotentieel. Voor zacht PVC is dit minder zeker omdat voor recycling onvoldoende gegevens zijn gevonden om dit met een LCA door te rekenen. Gelet op de uitkomsten voor hard PVC mag er echter – zelfs wanneer er rekening mee wordt gehouden dat recycling van zacht PVC minder gunstig is dan van hard PVC omdat het bijvoorbeeld minder primair PVC uitspaart – vanuit gegaan worden dat ook voor zacht PVC recycling milieuwinst oplevert ten opzichte van verbranden en storten.
    Enkele kanttekeningen zijn

    • Voor nauwkeurige uitspraken is het is zaak de inventarisatie van de recyclesystemen (inzet van energie en emissies voor de scheiding, reiniging en granuleren van PVC) te verifiëren. De data waarop alle recycleresultaten in dit rapport zijn gebaseerd komen van één bron (VKG MRPI dossier).
    • Voor nascheiding is – bij gebrek aan betere data – dezelfde mate van uitval aangenomen als voor het systeem van gescheiden inzameling van kozijnen. Enerzijds kan dit betekenen dat nascheiding iets te positief wordt neergezet omdat de mate van uitval daar groter kan zijn. Anderzijds richt nascheiding zich primair op hergebruik in leidingen wat iets minder strikte eisen stelt dan hergebruik in kozijnen (en dus tot minder uitval hoeft te leiden).
    • Omdat zowel hergebruik in leidingen als hergebruik in kozijnen als belangrijkste voordeel het uitsparen van de productie van primair PVC heeft, maakt het in deze studie geen verschil of PVC in de oorspronkelijke toepassing wordt gerecycled (kozijnen als kozijnen en buizen als buizen) of dat dit door elkaar loopt.
    • Het afsluiten en in de grond achterlaten van niet meer gebruikte buizen en leidingen – hetgeen in ieder geval tot voor kort nog wel gebeurde – is vanuit duurzaamheid geen goede optie. De achtergelaten materialen veroorzaken lokaal weliswaar geen milieuproblemen maar het niet uitsparen van de productie van primair PVC doordat het materiaalachterblijft en niet wordt hergebruikt is milieuhygiënisch gezien een relevante ‘gemiste kans’.
  • Voor kozijnen lijkt inzetten op recyclen hét alternatief. Van de onderzochte alternatieve materialen voor kozijnen heeft aluminium nagenoeg dezelfde milieubelasting als PVC, terwijl hout minder goed scoort wanneer effecten van landgebruik onverkort worden meegenomen, en in dezelfde ordegrootte wanneer landgebruik buiten beschouwing blijft. Cruciaal hierbij is wel dat PVC-kozijnen daadwerkelijk worden gerecycled. In het geval zij worden verbrand scoort aluminium – waarvoor wel vast staat dat dit in hoge mate wordt gerecycled – beter dan PVC.
  • Ook voor buizen lijkt het opschalen van recycling de manier om tot reductie te komen. PVC doet het van de onderzochte materialen in deze toepassing het best, mits er wordt gerecycled. In het geval PVC-buizen niet worden gerecycled scoort beton gunstiger (er vanuit gaande dat daarvoor recycling wel zeker is).
  • Overgaan van PVC naar rubber vergroot bij elektriciteitskabel de milieubelasting. Het verkennen van de mogelijkheden voor verdere recycling van PVC bij kabels lijkt, gezien de resultaten bij kozijnen, vanuit LCA oogpunt een goede optie. Specifieke data over recyclen van PVC kabel bruikbaar in een kwantitatieve milieuanalyse ontbreekt vooralsnog.
Titel
Milieuanalyses PVC
Subtitel
Ten behoeve van prioritaire stromen ketengericht afvalbeleid
Referentie
1012-o
Publicatie datum
21-04-2010
Auteur
Harry van Ewijk
In opdracht van
Ministerie van VROM
Aantal pagina's
65
Taal
Nederlands
Zowel voor kozijnen als voor leidingen is recycling zeer lonend

Bijlagen

  • ivam-milieuanalyses-pvc21apr10.pdf (1.55MB)
  • ivam-nulmeting-pvc_eindrapport-25jan10.pdf (1.23MB)
  • ivam-environmental-impact-analysis-pvc-for-priority-streams-in-dutch-lifecycle-based-waste-policy-21apr10.pdf (1.59MB)