To leak or not to leak

‘Suspiciously low’. Andere woorden had het Engelse instituut Ofwat er niet voor nadat ze in 2001 het lekverlies in Nederland had vergeleken met dat in andere landen. Over zulke verdachtmakingen doen we niet moeilijk. Sterker nog, we zijn er best wel trots op. 10 tot 30 procent lekverlies in landen als Amerika en Engeland tegenover 3 tot 7 procent in ons kikkerlandje, daar kun je toch mee thuiskomen?

To leak or not to leak

Laag lekverlies in Nederland mede dankzij kunststof leidingen.

‘Suspiciously low’. Andere woorden had het Engelse instituut Ofwat er niet voor nadat ze in 2001 het lekverlies in Nederland had vergeleken met dat in andere landen. Over zulke verdachtmakingen doen we niet moeilijk. Sterker nog, we zijn er best wel trots op. 10 tot 30 procent lekverlies in landen als Amerika en Engeland tegenover 3 tot 7 procent in ons kikkerlandje, daar kun je toch mee thuiskomen?

Lekverlies is een wereldwijd probleem. In ontwikkelingslanden met povere distributienetten kan dat verlies soms wel oplopen tot 70 procent, terwijl juist daar letterlijk en figuurlijk een hoge prijs wordt betaald voor water. Maar ook in de westerse landen willen de lekkagecijfers de grens van het toelaatbare nogal
eens overschrijden.

Waar komen die grote verschillen vandaan? Wat doen we in Nederland anders en beter dan Engeland? En wat kunnen we leren van de Engelse kennis en ervaringen op het gebied van lekmanagement en lekdetectie?

Kennis delen

Om dit in kaart te brengen is een paar jaar geleden een internationaal vergelijkingsonderzoek gehouden door het Engelse Ofwat instituut. Als reactie hierop presenteerden Engelse en Nederlandse waterleidingbedrijven hun berekeningen van het lekverlies. Een van de follow-ups daarna was het project Lekverlies, dat werd uitgevoerd door Kiwa water research in opdracht van de waterbedrijven DZH, PWN, Waternet en Oasen. Doel van dit project was de kennis over lekverlies vergroten en waterleidingbedrijven in Engeland en Nederland in staat stellen om te leren van elkaars kennis en ervaringen.

Om een realistisch vergelijk te kunnen maken, zijn metingen uitgevoerd in Benthuizen en Diemen. Bij de metingen is gebruik gemaakt van twee methodes: de in Nederland gehanteerde top-downmethode en de in Engeland gangbare bottom-upmethode. Bij de top-downmethode wordt het verschil berekend tussen de afzet naar het leidingnet en de gefactureerde verkoop. Dit verschil kan tot stand komen door meerdere componenten, waarvan lekverlies er één is. Bepaling van het
lekverlies ten opzichte van de andere componenten vindt plaats op basis van ervaringen en bestaande registraties.

De bottom-upmethode wordt gehanteerd als er geen of onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de verkoop aan klanten, bijvoorbeeld als aansluitingen niet bemeterd zijn. Door het analyseren van de afzet in de nacht, als het waterverbruik
minimaal is, wordt een schatting gemaakt van het lekverlies.

Invloedsfactoren

De praktijkmetingen in Nederland laten een zeer laag lekverlies zien. Zo geeft bijvoorbeeld de top-downmethode in Benthuizen een lekverlies aan van ongeveer 0,4 procent, terwijl dit volgens de bottom-upmethode ongeveer 1,5 procent is.
Een redelijk vergelijkbaar lekverlies, waarbij ook bleek dat de top-downmethode nauwkeuriger is dan de bottom-up variant.

Het Engelse onderzoeksbureau WRc heeft bij 33 distributienetten (waarvan zes Nederlandse) een statistische analyse uitgevoerd van de parameters die het lekverlies kunnen verklaren. Hieruit komt naar voren dat het lekverlies lager is als
een groot deel van de leidingen in een zand- of kleibodem ligt, als de waterdruk laag is en als het aandeel kunststof leidingen in het systeem hoog is.
Dat laatste verbaast ons niets. Ook typeert Ofwat de Nederlandse lekverliezen nu als “very interesting”.

Titel
To leak or not to leak
Subtitel
Laag lekverlies in Nederland mede dankzij kunststof leidingen.
Publicatie datum
april 2008
Auteur
BureauLeiding
Aantal pagina's
2
Taal
Nederlands & Engels

Bijlagen

  • to-leak-or-not-to-leak-nederlands.pdf (140.38kB)
  • to-leak-or-not-to-leak-engels(internetversie).pdf (192.53kB)